Weinig opvoedhulpmiddelen werken zo snel en zo betrouwbaar als een fopspeen. Een peuter die driftig huilt, een baby die niet in slaap wil vallen, een onrustig momentje in de wachtkamer: de speen erin en de rust keert terug. Het is bijna te mooi om waar te zijn. Toch schuilt in dat gemak ook een valkuil. De speen is ontworpen voor de allereerste levensmaanden, maar in de praktijk blijft hij bij veel kinderen veel langer onderdeel van het dagelijks ritueel, soms ver voorbij de babytijd. Precies op dat punt kan de tandarts het verschil maken.

Waarom een speen zoveel oplevert voor jonge ouders

Een pasgeboren baby kan spanning en prikkels nog niet zelf reguleren. Daarvoor is hij volledig afhankelijk van zijn ouders. De zuigreflex biedt in die periode een natuurlijke uitlaatklep: zuigen werkt kalmerend en geeft houvast op momenten van onrust.

De speen neemt een stukje van het werk van de ouder over, en dat is in die eerste maanden een zegen. Troosten, sussen en begeleiden naar de slaap kost minder moeite wanneer er een speen binnen handbereik is.

Het probleem ontstaat zodra die tijdelijke hulp overgaat in een vaste gewoonte. Een kind groeit, en wat ooit een fysiologische zuigbehoefte was, verandert langzaam in een automatisme. De speen wordt dan niet meer gevraagd omdat het kind moet zuigen, maar omdat hij hoort bij verdriet, verveling, vermoeidheid of het slapengaan. Op dat moment is de speen geen hulpmiddel meer, maar een vast onderdeel van de dagstructuur geworden.

Het gebit verandert mee met de ontwikkeling van het kind

Een belangrijk ijkpunt in die ontwikkeling is het doorkomen van de eerste tandjes. Vanaf dat moment krijgen tong, lippen, kaken en gebit stap voor stap een andere functie.

Waar de tong in de eerste maanden vooral grove, verticale bewegingen maakt, leert hij nu veel preciezer bewegen. Hij kan naar de zijkanten bewegen om te helpen kauwen, de kaken worden steviger en het gehemelte verbreedt zich zodat vast voedsel verwerkt kan worden. De mond ontwikkelt zich dus richting eten, praten en kauwen, en steeds minder richting puur zuigen. Langdurig speengebruik past minder goed bij die fase van ontwikkeling en kan op termijn invloed hebben op de stand van het gebit.

Het tandartsbezoek als natuurlijk startpunt

Mijn advies aan collega's en ouders is helder: gebruik de eerste tandjes als startpunt om de speen af te bouwen. Hoe eerder dat gesprek wordt gevoerd, hoe kleiner de uiteindelijke stap meestal is.

Door op tijd te beginnen, voorkom je dat een hulpmiddel voor een baby uitgroeit tot een stevig ingesleten gewoonte bij een peuter. Een regulier tandartsbezoek leent zich uitstekend voor zo'n gesprek. Een simpele, open vraag volstaat vaak al: "Waarvoor heeft je kind de speen vooral nodig?"

Die vraag is geen beoordeling, maar een uitnodiging om samen stil te staan bij de functie die de speen inmiddels vervult. Veel ouders realiseren zich niet hoe groot een deel van de dag de speen intussen inneemt. Eén goed gekozen vraag van de tandarts kan voldoende zijn om ouders aan het denken te zetten over alternatieven.

Praktische signalen om op te letten

  • De speen wordt ingezet bij vrijwel elke vorm van onrust, niet alleen bij slapen.
  • Het kind vraagt zelf actief om de speen, ook overdag.
  • Er zijn al zichtbare afwijkingen in de stand van de tanden of het gehemelte.
  • Ouders merken dat loslaten steeds moeilijker lijkt te worden naarmate het kind ouder wordt.

Waarom stoppen voor een peuter geen kleine stap is

Vanuit volwassen perspectief lijkt de oplossing simpel: haal de speen gewoon weg. Voor een peuter ligt dat genuanceerder. Hij kent niet beter; de speen hoort al zijn hele leven bij hem.

Stoppen is voor een peuter best een ding, en dat vraagt om een zorgvuldige aanpak. Wie de speen weghaalt, moet er iets voor in de plaats bieden: meer nabijheid, een knuffel die extra aandacht krijgt, of een uitgebreider slaapritueel. Voor de ouder betekent dit tijdelijk weer wat meer werk, namelijk het werk dat de speen eerder had overgenomen. Dat is een belangrijk punt om expliciet met ouders te bespreken, zodat ze niet voor verrassingen komen te staan.

Voorbereiding op kindniveau maakt het verschil

Een verandering van dit formaat vraagt om voorbereiding die aansluit bij de belevingswereld van een peuter. Daarom schreef ik, als preverbaal logopedist en specialist in mondmotoriek, het boek Silas slaapt zonder speen. Het doel was een verhaal te maken dat kinderen enthousiast maakt om te stoppen, zonder de speen af te keuren en zonder ouders een schuldgevoel aan te praten.

Silas is een vrolijke aap die peuters begeleidt bij het afscheid nemen van hun speen. In het verhaal verzamelt hij speentjes voor zijn eigen slinger, en ook alle andere dieren hangen hun speen op. Zo wordt het afscheid iets zichtbaars en feestelijks in plaats van iets verdrietigs. Het boek bevat daarnaast praktische tips en een aftelkalender, zodat ouders hun kind stap voor stap kunnen voorbereiden op een leven zonder speen.

  Silas zonder speen

Voorleesboek: Silas slaapt zonder speen

Afscheid nemen van de speen is lastig, maar Silas laat zien dat het ook iets is om trots op te zijn. Hij hangt zijn speentjes aan een slinger en zijn vriendjes doen mee. Zonder speen kunnen ze ineens allerlei leuke dingen doen. Samen vieren ze feest tot ze moe zijn. Zouden ze ook kunnen slapen zonder hun speen?

  • Een fijn boek om samen te lezen en het gesprek aan te gaan over afscheid nemen van de fopspeen.
  • Met praktische tips voor ouders, geschreven door Maaske Treurniet, logopedist en expert in mondmotoriek.
  • Inclusief een Dag Speentje-plan, compleet met stickervel en aftelkalender, om samen toe te leven naar speenvrij slapen.

Het boek kost € 14,99 en is hier te bestellen bij Volmondig Logopedie.

Van boek naar landelijke beweging

Stoppen met de speen is belangrijk, maar voelt voor veel ouders zelden urgent. Daarom was er dit jaar voor het eerst de Week zonder speen, een landelijk initiatief van 21 september tot en met 5 oktober 2026.

Tandartspraktijken, logopediepraktijken en andere zorgorganisaties door heel Nederland deden mee. Ouders werden uitgenodigd om samen met hun kind het stoppen voor te bereiden en de speen vervolgens feestelijk in te leveren bij Silas.

Op 5 oktober vierden de deelnemende organisaties het speen-stopfeest. Er hing een spenenslinger en kinderen die hun speen inleverden, kregen een goodiebag en een Silas-diploma mee naar huis. De gezamenlijke, landelijke aanpak maakt het concreet, en de herkenbare aankleding van het feest sluit goed aan bij de belevingswereld van peuters. Een ouder verwoordde het treffend: "Ik vind het vreselijk spannend, maar het voelt alsof NU het moment gekomen is. Heel leuk dat mijn kind een cadeautje kreeg in ruil voor zijn speen."

Auteur: Maaske Treurniet, logopedist, Taal- en Spraakpatholoog en lactatiekundige.

Vond je dit artikel nuttig? Deel het.